Gezondheidsrisico’s door uitbreiding geitenhouderijen

Sinds 11 juli van dit jaar geldt er in de provincie Utrecht een verbod op de uitbreiding van geitenhouderijen. De reden hiervoor is dat uit onderzoek van het RIVM is gebleken dat omwonenden van geitenhouderijen binnen een straal van anderhalf tot twee kilometer een verhoogde kans op longontsteking hebben. Dit verbod geldt in de hele provincie Utrecht, maar niet voor vergunningen die voor 11 juli aangevraagd zijn. PvdA/GroenLinks heeft hier schriftelijke vragen over gesteld.

Fractievoorzitter Pieter Kroon: “Er is voor 11 juli tenminste één aanvraag ingediend voor de uitbreiding van een geitenhouderij binnen een straal van anderhalf tot twee kilometer tot de kern Abcoude. Wij vinden het onverstandig om vergunningen voor de uitbreiding van geitenhouderijen te verlenen zolang niet duidelijk is wat de oorzaak is van de verhoogde kans op longontsteking en wat daar tegen te doen.”

Advies GGD regio Utrecht
Begin dit jaar adviseerde de GGD regio Utrecht op basis van een onderzoeksrapport van het RIVM om in de hele provincie Utrecht een verbod in te stellen op de uitbreiding van geitenhouderijen. De Provinciale Staten van Utrecht hebben dit advies opgevolgd en sinds 11 juli 2018 is het in de hele provincie verboden voor geitenhouderijen om uit te breiden. Aanvragen van voor deze datum moeten door de gemeente echter nog gewoon in behandeling genomen worden.

PvdA/GroenLinks heeft het college van Burgemeester en Wethouders gevraagd of zij ook van mening is dat het onverstandig is om op dit moment vergunningen te verlenen voor de uitbreiding van geitenhouderijen en of het college bereid is om deze vergunning(en) om reden van de gezondheidsrisico’s te weigeren.

Geen intensieve veehouderijen
PvdA/GroenLinks heeft ook vragen gesteld over de uitbreiding van veehouderijen in het algemeen. Veehouderijen mogen in de provincie Utrecht niet omschakelen van een zogeheten ‘grondgebonden’ veehouderij naar een intensieve veehouderij. De gemeente moet dan ook bij elke uitbreidingsvraag toetsen of er geen sprake is van omschakeling.

In het verleden heeft PvdA/GroenLinks het college van Burgemeester en Wethouders er meermaals op gewezen dat het college de verkeerde definitie hanteert voor grondgebondenheid en daarmee vergunningen verleend voor uitbreidingen waarbij onvoldoende is aangetoond dat een bedrijf grondgebonden blijft. Dat dit inderdaad zo is, bleek recentelijk toen de gemeente om precies deze reden een rechtszaak verloor over een vergunning voor de uitbreiding van een melkveehouderij in Baambrugge.

PvdA/GroenLinks heeft het college gevraagd of deze rechterlijke uitspraak voor het college nu wel reden is om voortaan bij alle uitbreidingen op de juiste wijze te toetsen of er ook na uitbreiding nog sprake is van grondgebondenheid. Daarnaast heeft de fractie gevraagd of dit gevolgen heeft voor de uitbreidingsaanvraag van de geitenhouderij in Abcoude.

Klik hier om de schriftelijke vragen te lezen.

PvdA/GroenLinks wil meer inzet op begeleiding naar werk

PvdA/GroenLinks vraagt al jaren om meer inzicht in de resultaten van de gemeente voor wat betreft het naar werk begeleiden van mensen en meer inzet voor mensen met een beperking. Tot voor de zomer was daarvoor geen steun in de gemeenteraad en werden voorstellen die daartoe opriepen verworpen, maar vorige week donderdag werd de oproep van PvdA/GroenLinks gesteund middels een raadsbreed aangenomen motie.

Fractievoorzitter Pieter Kroon: “We zijn blij dat de gemeente nu eindelijk inzichtelijk gaat maken wat de resultaten van het gemeentelijke werkcentrum zijn ten aanzien van het naar werk begeleiden van mensen. We hebben met name zorgen over de groep mensen die voorheen in de sociale werkvoorziening terecht zou zijn gekomen. Sinds 1 januari 2015 is de toegang tot de sociale werkvoorziening namelijk gesloten en het is volstrekt onduidelijk wat er met mensen is gebeurd die daarna bij de gemeente hebben aangeklopt voor werk.”

Werkcentrum
De gemeente is verantwoordelijk voor het naar werk begeleiden van mensen in de bijstand. Daarvoor heeft de gemeente een zogenaamd Werkcentrum. Dit is sinds begin dit jaar gevestigd aan de Rondweg in Mijdrecht en hier worden onder meer trainingen gegeven om mensen te helpen aan werk te komen. De groep waar het hier om gaat is echter zeer divers. Zo zijn er mensen die met weinig hulp weer aan het werk komen, maar veruit de grootste groep heeft extra begeleiding nodig bij het vinden van werk en in veel gevallen ook bij het uitvoeren van het werk zelf.

Sociale werkvoorziening
In het verleden kwamen veel van deze mensen aan het werk via de sociale werkvoorziening. Deze werd georganiseerd door PAUW Bedrijven. Sinds 1 januari 2015 is de toegang tot de sociale werkvoorziening echter op slot gegaan en mochten daar geen nieuwe mensen meer bij. Inmiddels is ook besloten om PAUW Bedrijven op te heffen en de sociale werkvoorziening zelf uit te gaan voeren als gemeente.

Voor de mensen die al voor 2015 gebruik maakten van de sociale werkvoorziening, betekent dat behoud van werk. Het is echter onduidelijk wat er is gebeurd met de mensen die na 1 januari 2015 bij de gemeente hebben aangeklopt. Ondanks herhaaldelijke verzoeken wordt er namelijk geen inzicht gegeven in wat de gemeente doet om deze groep naar zinvol werk te begeleiden en hoeveel daarvan al naar werk begeleid zijn.

Inzetten op de lastiger bemiddelbare groep
De aangenomen motie vraagt het college om per kwartaal inzichtelijk te maken hoeveel mensen er in- en uitstromen uit de bijstand, en daarbij ook aan te geven of het om mensen gaat met of zonder een afstand tot de arbeidsmarkt. Als tweede vraagt de motie om duidelijk te maken wat de gemeente doet om mensen naar werk te begeleiden, waar de focus op ligt voor het werkcentrum en voorstellen te doen om meer mensen aan het werk te helpen.

Pieter Kroon: “Wat ons betreft moet de gemeente extra inzetten op het naar werk begeleiden van de grootste groep mensen, die met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zonder ondersteuning van de gemeente komen zij namelijk moeilijk tot niet aan het werk.”

Gemeenteraad stemt helaas tegen ruimer Kinderpardon

Op dit moment zijn er in Nederland ongeveer 400 kinderen die hier meer dan vijf jaar wonen en hier geworteld zijn, maar desondanks uitgezet dreigen te worden. Om dergelijke situaties te voorkomen is er het Kinderpardon. Helaas zijn hier zulke strikte regels aan verbonden, dat in de praktijk geen enkel kind ervoor in aanmerking komt. PvdA/GroenLinks vindt dat deze regels verruimd moeten worden en deed tijdens de raadsvergadering vorige week het voorstel om hiervoor bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te pleiten. Helaas kreeg dit voorstel geen steun van de rest van de gemeenteraad.

Fractievoorzitter Pieter Kroon: “Het is teleurstellend dat de raad van De Ronde Venen het niet belangrijk vindt om een oplossing te vinden voor een grote groep kinderen die het land uitgezet dreigt te worden. Al 55 gemeenten hebben de Staatssecretaris opgeroepen de regels van het kinderpardon soepeler toe te passen. Die oproep hadden we als gemeente De Ronde Venen kunnen versterken.”

Gewortelde kinderen
Afgelopen zomer kwam de situatie van Lili en Howick vol in het nieuws. Twee Nederlandse kinderen van Armeense afkomst die het land uitgezet dreigden te worden. Op het allerlaatste moment heeft de Staatssecretaris besloten dat ze alsnog mochten blijven. Om dit soort situaties te voorkomen is er in Nederland het Kinderpardon. Dit pardon is er voor kinderen die hier al langer dan vijf jaar wonen.

Aan dit Kinderpardon zit echter de voorwaarde dat er vanaf het begin in de procedure meegewerkt moet zijn aan de uitzetting. Dit zogenaamde ‘meewerkcriterium’ wordt zo streng toegepast dat er altijd wel een punt is dat gezien wordt als niet meewerken, waardoor kinderen niet voor het pardon in aanmerking komen. Er zijn zelfs situaties bekend, waarin zelfs alleen al het aanvragen van het Kinderpardon als reden voor niet meewerken aan de uitzetting gezien werd.

Versoepeling meewerkcriterium
PvdA/GroenLinks vindt dat wanneer kinderen hier geworteld zijn, ze niet uitgezet mogen worden naar een voor hen onbekend land, waarvan ze de taal niet eens spreken. Deze kinderen zijn in feite niet anders dan elk ander Nederlands kind dat hier opgroeit. Zij mogen niet gestraft worden voor de keuzes die hun ouders ooit gemaakt hebben.

Om ervoor te zorgen dat er een oplossing komt voor de 400 kinderen die nu uitzet dreigen te worden, diende PvdA/GroenLinks een motie in die de wethouder opriep om bij de Staatssecretaris voor Justitie en Veiligheid te pleiten voor een oplossing voor deze kinderen, bijvoorbeeld door versoepeling van het meewerkcriterium. De motie werd naast PvdA/GroenLinks, alleen gesteund door één raadslid van D66.

Kroon: “In De Ronde Venen hebben we op dit moment geen kinderen wonen die hier langer dan vijf jaar wonen en uitgezet dreigen te worden, maar in de toekomst kan dit wel het geval zijn. Het is treurig om te moeten constateren dat de andere partijen de kans om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen, zowel binnen als buiten De Ronde Venen, hebben laten liggen.”

Klik hier om de motie te lezen.