Ernst Schreurs gaat werk maken van veiliger fietsen in De Ronde Venen

Lijsttrekker Ernst Scheurs met leerlingen van het VeenLanden College. v.l.n.r. Ischa, Anco, Ernst, Lisa en Julie.

“Dáár heb ik wat aan,” zegt Ernst Schreurs, nog voordat zijn werkbezoek aan het VeenLanden College officieel is afgelopen. Vier leerlingen van de school hebben net luid en duidelijk verteld waar het fietsen in De Ronde Venen veiliger kan. Schreurs gaat er snel werk van maken.

PvdA/GroenLinks vindt dat fietsers ruim baan moeten krijgen. Je kunt dan allerlei plannen bedenken achter het bureau, zoals de gemeente doet. Je kunt ook te rade gaan op het VeenLanden College, zoals Ernst Schreurs afgelopen maandag deed.

Van de 1.400 leerlingen op de twee locaties van het VeenLanden fietst veruit het grootste deel naar school. Dat is niet altijd leuk, vertelt Lisa (13): “Vooral het kruispunt bij winkelcentrum Adelhof in Mijdrecht is heel onoverzichtelijk. Chaotisch. Auto’s rijden heel raar daar”. Haar vriendin Julie (13) “De bussen ook! Dan stoppen ze… Ga je fietsen. Moet je een noodstop maken omdat ze toch weer gaan rijden.”

De oplossing? “Misschien een kleine rotonde,” zeggen Lisa en Julie bijna tegelijkertijd.

Best wel steil
Anco (12) en Ischa (13) komen met de fiets uit Uithoorn. Dat gaat vaak goed. Totdat ze vorige week in één keer van het fietspad langs de N201 werden afgereden. Door een scooter. “Zo’n elektrische, die hoor je niet eens,” zegt Ischa. “We vielen in de berm – en die is daar best wel steil. We lagen bijna in het water!”

Anco: “Het is sowieso gevaarlijk. Het fietspad is smal, er rijden daar heel veel scooters.” En dan hadden de jongens nog geluk, dat een docent van het VeenLanden óók uit Uithoorn komt fietsen. Hij was het die ze weer op weg hielp.

Rotonde
Zo ontstaat een discussie over de plekken in Mijdrecht en Vinkeveen waar het veel beter kan. Rector Henk Ligthart van het VeenLanden College kent er ook nog wel een paar. Zo vraagt hij zich af waarom fietsers linksom de rotonde naar zijn school moeten, terwijl rechtsom veel logischer is.

In de tweede klassen wordt veel aandacht besteed aan verkeer en verkeersgedrag. Schreurs vraagt of de leerlingen in die lessen een lijst kunnen maken van plekken die zij gevaarlijk vinden. Ligthart belooft dat hij bij de jaarlijkse verkeerslessen samen met de leerlingen de onveilige plekken in kaart gaat brengen. Voor Schreurs is het werkbezoek daarmee helemaal geslaagd:

“Dit is hartstikke goed. Zo weten we heel praktisch waar we aan het werk moeten. Ik ga er mee aan de gang!”