Kunst en cultuur op de kaart in De Ronde Venen!

Rondetafelgesprek

“Het kunst- en cultuurbeleid in De Ronde Venen? Dat kan beter,” concludeert Pieter Kroon (PvdA/GroenLinks) na zijn bezoek aan dorpsacademie Mus & Muzen van Jenneke van Wijngaarden in Wilnis. Drie lokale kunst- en cultuurondernemers hebben zojuist uitgebreid verteld wat de gemeente zou kunnen doen.

 Als het om kunst en cultuur gaat, gebeurt er van alles in De Ronde Venen. Op 7 juli is weer het Vogelvrij Festival op het Fort bij Uithoorn. In het Piet Mondriaan theater in Abcoude treden het hele jaar door tal van bekende Nederlandse artiesten op. Er zijn drukbezochte atelierroutes. Maar een duidelijke lijn ontbreekt.

Op initiatief van PvdA/GroenLinks De Ronde Venen werd vrijdag 23 februari een rondetafelgesprek gehouden met drie mensen die het kunnen weten. Kunstenares Marjolein Berger-Vos leidde het gesprek. Jenneke van Wijngaarden (Mus & Muzen), Wiet van der Velden (Ab-Art) en Greetje de Haan (Kunst Rond de Venen) vertelden over hun ervaringen met de gemeente. En wat er beter kan.

Pieter Kroon: “Ik vind het belangrijk dat er een levendige kunst- en cultuursector is in de gemeente. Kunst en cultuur verwondert, zet aan tot denken en verbindt. We moeten de cultuurondernemers in onze gemeente koesteren en ondersteunen zodat ze hun mooie en belangrijke werk kunnen blijven doen.”

Kunst en cultuur serieus nemen
Een belangrijk punt in het gesprek is dat de kunst- en cultuursector serieus genomen moet worden. Te vaak wordt gedacht dat kunstenaars hun diensten gratis kunnen aanbieden, terwijl ze daar gewoon hun brood mee moeten verdienen.

Van Wijngaarden: “Het kunstenaarschap is een vak. Dat moet ook op die manier gewaardeerd worden. Vanuit de gemeente zijn er eigenlijk geen voorzieningen voor professionele kunstenaars. Ik mis in het algemeen ook de rode draad. Het is ook onduidelijk hoe aanbestedingen van kunst- en cultuurprojecten in de gemeente plaatsvinden. Dat mag wat mij betreft een stuk transparanter.”

“Het is belangrijk dat je als gemeente een ambitie durft te stellen. Wat wil je als gemeente met kunst en cultuur? Wat heb je daarvoor over? Kunst en cultuur is niet gratis,” stelt ook Van der Velden.

Jongeren op het juiste spoor
Van Wijngaarden: “Kunst en cultuur is ook belangrijk voor de ontwikkeling van jongeren. Zo vang ik thuiszittende scholieren en vroegtijdig schoolverlaters op en ga ik met hen aan de slag. Samenwerken aan kunsteducatie en aan buurtverfraaiing (muurschilderingen, opknappen skateboardbanen). Zo ontstaat gemeenschapszin en zelfvertrouwen. In nauwe samenwerking met scholen, de leerplichtambtenaar en hulporganisaties help ik jongeren weer op het juiste spoor te komen.”

Kunst- en cultuurhuis
Greetje de Haan: “Wat ik in Mijdrecht mis is een goede plek om les te geven. We moeten het nu doen met anderhalf schoollokaal. Dat is niet geschikt voor het geven van lessen en ook niet voor optredens. Een kunst- en cultuurhuis in Mijdrecht zou hiervoor een goede toevoeging zijn. Niet alleen voor muziek, maar ook voor toneel, dans en beeldende kunst. Het is een gemis dat dit ontbreekt in Mijdrecht.”

Kroon belooft zich in te gaan zetten voor een ambitieus cultuurbeleid in de gemeente. “Het beleid moet veel beter. Het is belangrijk dat deze punten een plek vinden in het nieuwe kunst- en cultuurbeleid,” aldus Kroon.

Steun en Toeverlaat is het voorbeeld van goede zorg

v.l.n.r. Eddy Wakker, Erika Spil en Marie-José van Hussen.

Aanpakken en doorzetten. Erika Spil is onder de indruk van Steun en Toeverlaat. Het bedrijf in Mijdrecht heeft in korte tijd een netwerk opgezet van goede zorgverlening voor iedereen die het nodig heeft. Marie-José van Hussen en Eddy Wakker nemen de bureaucratie weg en zetten ervaren mensen in.

Spil was wethouder in De Ronde Venen toen Steun en Toeverlaat begon. Nu, drie jaar later, wilde ze weten hoe het is gegaan. Dus stapte ze bij de twee initiatiefnemers binnen. Ze werd aangenaam verrast.

“Wij denken in oplossingen in plaats van problemen,” vertellen Van Hussen en Wakker.

Immers, wie zorg nodig heeft, heeft vaak al genoeg aan zijn of haar hoofd. Hoe krijg ik weer grip op mijn dagelijks leven? Wie weet hoe het verder moet? Hoe verschillend we allemaal ook zijn, op zo’n moment heb je de energie niet om je te verdiepen in regels, protocollen of ingewikkelde computerprogramma’s. En daar zit de kracht van Steun en Toeverlaat. Ze luisteren naar de cliënt, kennen procedures, weten wat mogelijk is (met een PGB) en leveren zorg. Zorg op maat. Dezelfde man/vrouw voor dezelfde cliënt.

Steun en Toeverlaat zet geschoolde, ervaren ZZP’ers in. Het bedrijf biedt ook kansen aan mensen die zich om willen laten scholen. Allemaal allrounders, veelal 50-plussers die door de bezuinigingen thuis zaten.

Ogen van de gemeente
“Wij proberen de ogen van de gemeente te zijn,” zegt Eddy Wakker. “Weet je? Als je aandacht besteedt aan mensen, voorkom je zorg. Onze mensen blijven ook wel eens hangen, drinken een kopje koffie mee, zo voelt een cliënt zich gehoord. En beter!”

De wens voor de komende vier jaar? Spil: “Geef als gemeente ruimte aan meer van dit soort kleine, innovatieve bedrijven in de zorg, zoals Steun en Toeverlaat. Ga van de cliënt uit in plaats van regels en procedures en lever maatwerk.” Wakker: “Luister naar mensen! Bezoek ze. Nu wordt nog teveel achter het bureau gewerkt; zitten ambtenaren op kantoor omdat ze het te druk hebben door protocollen.”

Spil is trots op dat Steun en Toeverlaat onder haar wethouderschap in De Ronde Venen is gestart. Een mooi voorbeeld wat zeker navolging verdient, zegt ze. “Ze koppelen goede zorg aan mensen die het nodig hebben. Een kopje koffie drinken is soms waardevoller dan schone ramen.”

Ernst Schreurs gaat werk maken van veiliger fietsen in De Ronde Venen

Lijsttrekker Ernst Scheurs met leerlingen van het VeenLanden College. v.l.n.r. Ischa, Anco, Ernst, Lisa en Julie.

“Dáár heb ik wat aan,” zegt Ernst Schreurs, nog voordat zijn werkbezoek aan het VeenLanden College officieel is afgelopen. Vier leerlingen van de school hebben net luid en duidelijk verteld waar het fietsen in De Ronde Venen veiliger kan. Schreurs gaat er snel werk van maken.

PvdA/GroenLinks vindt dat fietsers ruim baan moeten krijgen. Je kunt dan allerlei plannen bedenken achter het bureau, zoals de gemeente doet. Je kunt ook te rade gaan op het VeenLanden College, zoals Ernst Schreurs afgelopen maandag deed.

Van de 1.400 leerlingen op de twee locaties van het VeenLanden fietst veruit het grootste deel naar school. Dat is niet altijd leuk, vertelt Lisa (13): “Vooral het kruispunt bij winkelcentrum Adelhof in Mijdrecht is heel onoverzichtelijk. Chaotisch. Auto’s rijden heel raar daar”. Haar vriendin Julie (13) “De bussen ook! Dan stoppen ze… Ga je fietsen. Moet je een noodstop maken omdat ze toch weer gaan rijden.”

De oplossing? “Misschien een kleine rotonde,” zeggen Lisa en Julie bijna tegelijkertijd.

Best wel steil
Anco (12) en Ischa (13) komen met de fiets uit Uithoorn. Dat gaat vaak goed. Totdat ze vorige week in één keer van het fietspad langs de N201 werden afgereden. Door een scooter. “Zo’n elektrische, die hoor je niet eens,” zegt Ischa. “We vielen in de berm – en die is daar best wel steil. We lagen bijna in het water!”

Anco: “Het is sowieso gevaarlijk. Het fietspad is smal, er rijden daar heel veel scooters.” En dan hadden de jongens nog geluk, dat een docent van het VeenLanden óók uit Uithoorn komt fietsen. Hij was het die ze weer op weg hielp.

Rotonde
Zo ontstaat een discussie over de plekken in Mijdrecht en Vinkeveen waar het veel beter kan. Rector Henk Ligthart van het VeenLanden College kent er ook nog wel een paar. Zo vraagt hij zich af waarom fietsers linksom de rotonde naar zijn school moeten, terwijl rechtsom veel logischer is.

In de tweede klassen wordt veel aandacht besteed aan verkeer en verkeersgedrag. Schreurs vraagt of de leerlingen in die lessen een lijst kunnen maken van plekken die zij gevaarlijk vinden. Ligthart belooft dat hij bij de jaarlijkse verkeerslessen samen met de leerlingen de onveilige plekken in kaart gaat brengen. Voor Schreurs is het werkbezoek daarmee helemaal geslaagd:

“Dit is hartstikke goed. Zo weten we heel praktisch waar we aan het werk moeten. Ik ga er mee aan de gang!”